Op de markt komen we zeer veel verschillende broedmachines tegen.
Van heel eenvoudige piepschuim vlakbroed machientjes tot volautomatische computergestuurde machines.

Welke het meest geschikt is, hangt van verschillende factoren af en is voor een ieder verschillend.
We willen hier niet aangeven welk merk het beste zou zijn.
Maar we willen wel aangeven waar volgens ons een echt goede broedmachine aan zou moeten voldoen.
Hoewel dit ook weer niet betekend dat met machines die niet volledig aan deze specificaties voldoen geen resultaten te behalen zijn.
Door te weten wat de zwakke punten van broedmachines zijn en waar men dus op moet letten bij aanschaf of zelf bouw kan men een juiste keuze maken.

Een goede broedmachine heeft ten eerste een perfecte temperatuur regeling.
De temperatuur moet in het gedeelte waar de eieren liggen overal exact gelijk en zo constant mogelijk zijn.

Veel fabriek's machines voldoen hier aan niet.
Meestal wordt aangegeven dat de machine is uitgevoerd met een thermostaat die op wel 0.1 graad nauwkeurig schakelt.
Maar dat alleen bepaald niet of de temperatuur constant en overal gelijk is.
Het probleem met een broedmachine is namelijk dat in de broedmachine de temperatuur steeds stijgt en daalt door het in en uitschakelen van een verwarmingselement.
Een broedhen heeft in tegenstelling tot een broedmachine een constante temperatuur.
Onder een broedhen is de temperatuur uiteraard niet altijd hetzelfde, maar wel langere tijd achter elkaar constant.
Dit constante wisselen van de temperatuur in verschillende broedmachines is naar ons inzien schadelijker voor het broedei dan een eventueel iets te lage of te hoge constante temperatuur.

In een broedmachine met een verwarmingselement dat voortdurend aan en uit gaat zien we wanneer we de temperatuur exact opmeten het volgende.
Het verwarmingselement schakelt in en wanneer de gewenste temperatuur bereikt is, schakelt de thermostaat het verwarmingselement uit.
Het verwarmingselement heeft dan vaak nog warmte in zich waardoor we de temperatuur nog steeds zien stijgen.
Op een bepaalt moment is de warmte op en begint de temperatuur te dalen.
Wanneer dan de temperatuur bereikt wordt waarop de thermostaat weer inschakelt is het verwarmingselement vaak te traag om direct warmte af te geven.
Hierdoor zien we de temperatuur nog steeds dalen totdat het element eindelijk warmte af gaat geven.
Door deze manier van verwarmen zijn temperatuur verschillen in broedmachines van zelfs meer dan 1 graad geen uitzondering.
En dat vaak in een tijdsbestek van een paar minuten.
Dit sterke snel wisselen van de temperatuur zal onder een broedhen in ieder geval nooit voorkomen.


Een goede broedmachine laat de temperatuur gecontroleerd stijgen en afkoelen.
In onze zelf gebouwde machine hebben we dat op de volgende manier geregeld.
De machine is uitgevoerd met twee verwarmingselementen.
Één van 150 watt en één van 50 watt.
De machine warmt op met het element van 150 watt.
Op het moment dat de uitschakel temperatuur bereikt is, schakelt dit element uit.
Tijdens het dalen van de temperatuur schakelt het element van 50 watt wisselend in en uit.
Op het moment dat de inschakel temperatuur bereikt is, schakelt het element van 150 watt en 50 watt tegelijk in.
Omdat het element van 50 watt warmte in zich heeft, stijgt de temperatuur direct.
Voordat de uitschakel temperatuur bereikt wordt schakelt het 50 watt element uit.
Omdat het element van 150 watt door de hulp van het 50 watt element maar heel kort aan gaat, geeft het bij het uitschakelen direct geen warmte meer af.
Wanneer de uitschakel temperatuur bereikt is begint alles weer van voor af aan.
Door met twee elementen te werken van verschillend vermogen komt de machine in balans en meten wij een temperatuur verschil van minder dan 0.1 graad op een meter die op 0.01 graad nauwkeurig meet.

Om de temperatuur overal constant verdeelt te krijgen wordt meestal gebruik gemaakt van een ventilator die de lucht in de machine verdeelt.
Dit gebeurt in onze machine door twee dwarsstroomventilatoren die de lucht vanuit de broedruimte door een geperforeerde plaat boven de eieren in de verwarmingsruimte zuigen.
De lucht wordt vervolgens door een koker achter en voor de eieren heen naar beneden geblazen, waar ze vervolgens door een geperforeerde plaat onder de eieren weer in de broedruimte komt.
Door de lucht door een geperforeerde plaat onder en boven de eieren te geleiden wordt een veel betere lucht/temperatuurverdeling verkregen dan wanneer de lucht zomaar van onder een rand weer in de broedruimte komt.
Het is erg belangrijk dat de lucht onbelemmerd de eieren kan passeren.
Daarom zit er tussen de mandjes waar de eieren in staan in onze machine voldoende ruimte.


Om de luchtvochtigheid te regelen moet in veel machines een bakje met water gezet worden.
De luchtvochtigheid wordt op deze manier geregeld door de verdamping van een bepaalde wateroppervlakte.
Dus niet de hoeveelheid water bepaald op deze manier de luchtvochtigheid, maar de grote van de oppervlakte van de waterspiegel.
Het nadeel van dit systeem, is dat wanneer er meer eieren ingelegd worden, de luchtvochtigheid stijgt omdat eieren ook vocht in de lucht afgeven.
Dit moet dan weer opgelost worden door meer te gaan ventileren of door de oppervlakte van de waterspiegel te verkleinen.
Mooier en gemakkelijker is het om ook de luchtvochtigheid automatisch te regelen.
In onze machine hebben we dat op de volgende manier gedaan.
Bovenop de machine staat een bak die gevuld moet blijven met water.
Vanaf deze bak loopt het water in een water verwarming’s reservoir aan de zijkant van de machine waarin een vlotter het water op het juiste niveau houd.
In dit water verwarming’s reservoir bevind zich een verwarmingselement dat niet helemaal onder water zit.
Doordat het verwarmingselement niet helemaal onder water zit verdampt het water op de waterspiegel dat tegen het verwarmingselement aan zit zeer snel wanneer dit element aan staat.
Dit verwarmingselement is aangesloten op een hygrostaat die op 0.01 procent relatieve luchtvochtigheid schakelt.
De vochtige lucht wordt door het ventilatiesysteem in de machine gezogen.
Wanneer de ingestelde luchtvochtigheid bereikt is, schakelt het verwarmingselement in het water verwarming’s reservoir uit.
Maar voordat het inschakel moment bereikt is, gaat dit element wisselend weer aan en uit zodat ook de luchtvochtigheid gecontroleerd minder wordt.
Op deze manier is het verschil in relatieve luchtvochtigheid in onze machine niet meer dan 1.5 procent.


Tijdens de broedtijd zullen de eieren ook nog gekeerd moeten worden.
Dit kan handmatig gebeuren of automatisch.
Bij machines waar de eieren handmatig gekeerd moeten worden liggen de eieren meestal plat in de machine.
Bij het automatisch keren in broedmachines worden twee verschillende systemen toegepast.
Bij het ene systeem liggen de eieren plat en worden ze op de een of andere manier omgerold.
Bij het andere systeem staan de eieren op de punt en staan ze in een hoek van ongeveer 45 graden ten opzichte van de horizon.
Deze eieren worden over de punt gekeerd naar de andere hoek van 45 graden.
Onze ervaring is dat bij het systeem waarbij de eieren plat liggen het nogal eens voorkomt dat de kuikens aan de verkeerde kant aanpikken, of geheel niet aan kunnen pikken doordat ze verkeert in het ei liggen.
Na eerst dit systeem in onze machine toe gepast te hebben, hebben we onze machine omgebouwd naar het systeem waarbij de eieren in een hoek van 45 graden staan.
In de eiladen hangen eiermandjes die door middel van het keersysteem om de twee uur gekeerd worden.


Elke broedmachine heeft een ventilatie systeem om frisse lucht binnen te krijgen.
Dit gebeurt meestal door één of meerdere openingen in de kast, die naar eigen inzicht meer of minder geopend kunnen worden.
In onze machine hebben we boven in de machine twee openingen gemaakt die door middel van schuifjes traploos gesloten of geopend kunnen worden.


Wanneer de broedtijd op zijn eind loopt komen de eieren als het goed is uit.
Tijdens het uitkomen is het naar onze mening beter dat de eieren niet in wervelende lucht liggen.
Daarom is het beter om voor het uitkomen van de eieren een tweede andere broedmachine te hebben.
In de broedmachine die wij daar voor gebouwd hebben, hebben we een luchtcirculatie systeem bedacht waarbij de eieren in stille lucht liggen, maar waarbij de temperatuur in de broedruimte wel overal exact gelijk is.
Het werkt als volgt.
In de machine bevind zich een uitkomstlade waar de eieren in liggen.
In het midden van deze uitkomstlade zit een koker van 125 millimeter doorsnede.
Boven deze koker hangt eenzelfde koker met een ruimte van 3 centimeter daartussen.
Boven deze koker zit een ventilator die lucht vanuit deze koker zuigt en deze via de verwarming’s ruimte weer naar beneden blaast.
De lucht stroomt hierdoor onder de uitkomstlade en over de uitkomstlade heen.
In de uitkomst bak bevind zich de temperatuurvoeler.
Het verwarming en vocht regel systeem werken op dezelfde manier als in de voorbroedmachine.

Vorige pagina